Christian Akiki, Area Vice President voor Frankrijk, de Benelux en Hongarije bij Philip Morris International (PMI), waarschuwt voor de snelle groei van de illegale tabakshandel in België. Volgens hem is ons land uitgegroeid tot een belangrijke draaischijf voor illegale productie, distributie en consumptie. Dat raakt niet alleen overheid en politie, maar ook de legale handel. “Iedereen verdient beter dan dit.”
België lijkt steeds meer een hotspot te worden voor illegale tabak. Hoe ernstig is de situatie?
“De cijfers maken duidelijk dat we dit niet langer als een marginaal probleem kunnen beschouwen. In 2026 werden in België al elf illegale sigarettenfabrieken ontdekt en ruim 180 miljoen illegale sigaretten in beslag genomen. Deze cijfers tonen aan dat het niet gaat om kleine spelers, maar om professionele criminele organisaties met industriële productiefaciliteiten.
Volgens recente cijfers waarnaar PMI verwijst, heeft 44 procent van de sigaretten die in België worden gerookt geen Belgische fiscale zegel. Dat betekent niet dat al die sigaretten noodzakelijk illegaal zijn, een deel komt immers door de grensoverschrijdende markt, maar het toont wel hoe groot dhet probleem is.
België speelt door zijn ligging een belangrijke rol in die handel. We moeten beseffen dat hier machines, grondstoffen, elektriciteit en mensen nodig zijn om illegale fabrieken te laten draaien. Dat wijst op georganiseerde structuren en niet op een toevallig fenomeen.”
Hoe werkt de illegale verkoop vandaag?
“Er bestaan verschillende modellen. Grote criminele organisaties brengen bijvoorbeeld containers binnen met valse documenten en distribueren de producten vervolgens over Europa. Daarnaast zijn er kleinere netwerken die met bestelwagens naar landen met lagere prijzen rijden en producten terugbrengen. Ook online zien we een belangrijke ontwikkeling. Via websites en sociale media worden illegale producten aangeboden. De markt is dus zeer flexibel en past zich voortdurend aan.
Criminele organisaties kijken waar vraag bestaat, waar prijsverschillen interessant zijn en waar ze zwakke plekken in regelgeving of handhaving kunnen benutten. Vandaag gaat het om tabak, morgen kan het om iets anders gaan. Het businessmodel blijft hetzelfde.”
Is de illegale handel volgens u vooral een Belgisch of een Europees probleem?
“Criminele netwerken stoppen niet aan nationale grenzen. België ligt in het hart van Europa en beschikt over belangrijke logistieke verbindingen. Dat maakt ons land aantrekkelijk voor internationale criminele organisaties.
Frankrijk, België en Nederland zien vandaag allemaal een sterke groei van de illegale markt. Daarom kunnen we dit niet uitsluitend nationaal aanpakken. We hebben Europese samenwerking nodig op het vlak van informatie-uitwisseling, controles en handhaving.”
Waarom wordt Frankrijk zo vaak genoemd? Is het een waarschuwing voor België?
“Frankrijk heeft een van de meest verregaande tabaksbeleidsmaatregelen in Europa, en kent bijgevolg een zeer grote illegale sigarettenmarkt. Volgens recente KPMG-cijfers staat Frankrijk op nummer één in Europa wat betreft illegale sigarettenconsumptie, en België op nummer twee. Dat moet ons aan het denken zetten. Bereiken de maatregelen hun doel, of creëren ze juist nieuwe opportuniteiten voor criminele netwerken? Frankrijk is daarom een belangrijke case voor België. We moeten leren uit wat daar gebeurt en niet wachten tot illegale handel zich nog dieper in onze markt heeft genesteld.”
Welke rol spelen prijs en fiscaliteit?
“Prijs speelt een belangrijke rol in consumentengedrag, net zoals de beschikbaarheid van een product. Als een legaal pakje bijvoorbeeld ongeveer 13 euro kost en het wordt steeds moeilijker om dit te kopen, terwijl iemand een pakje voor 5 euro binnen een half uurtje aan huis komt leveren, dan is voor vele consumenten de keuze snel gemaakt. Wanneer legale producten duurder worden, verdwijnt de vraag bovendien niet automatisch. Een deel van de consumenten mag dan wel stoppen, een nog groter deel van consumenten koopt in het buitenland of zoekt goedkopere alternatieven. Het gaat dus niet alleen om prijs, maar ook de beschikbaarheid bepaalt het consumentengedrag.
Dat betekent niet dat elke consument die een goedkoper product koopt, bewust voor criminaliteit kiest. Maar als de vraag blijft bestaan, zal iemand eraan voldoen, zeker als het prijsverschil tussen een illegaal en een legaal product groeit. De vraag is of dat via de legale markt gebeurt of via criminele netwerken. Beleid moet daarom vertrekken vanuit de realiteit. Het gaat niet om ideologie, maar om feiten en cijfers.”
Zijn consumenten zich voldoende bewust van wat ze kopen?
“Er is nog veel ruimte voor bewustmaking. Wanneer iemand een sigaret koopt die aanzienlijk goedkoper is dan het legale product, moet die consument zich afvragen waarom. Mensen realiseren zich bovendien niet altijd waar illegale producten vandaan komen. Ze kunnen denken dat ze afkomstig zijn uit een reguliere fabriek uit het buitenland, terwijl ze in werkelijkheid geproduceerd zijn in omstandigheden die volledig buiten elke controle vallen. Bij invallen in illegale productiesites worden soms bijzonder slechte en onhygiënische omstandigheden vastgesteld.
De consument verdient daarom betere informatie over de herkomst van het product en de criminele structuren die achter de illegale markt kunnen zitten.”
Wie wint er eigenlijk bij de groei van illegale handel?
“Bijna iedereen verliest, behalve de criminele organisaties. De legale retailer verliest klanten aan een markt die niet aan dezelfde regels is onderworpen. De overheid loopt belastinginkomsten mis. Consumenten kopen producten buiten de reguliere controle en lokale gemeenschappen krijgen te maken met de gevolgen van georganiseerde criminaliteit.
De fiscale impact mag daarbij niet worden onderschat. Elke illegaal verkochte sigaret betekent dat belastingen worden misgelopen. Op de schaal waarop we vandaag over illegale handel spreken, gaat het om een aanzienlijk bedrag. Volgens het KPMG-rapport over de illegale sigarettenconsumptie in Europa, gaat het in 2025 alleen al om een miljard euro.
Maar het probleem gaat nog verder. Illegale tabak maakt deel uit van een bredere criminele economie. Dezelfde netwerken kunnen ook actief zijn in andere illegale markten, denk aan drugs en wapenhandel. Daarom mogen we dit niet reduceren tot een probleem van ‘goedkope sigaretten’.”
Wat betekent dit concreet voor een perswinkelier?
“Een reguliere perswinkels verdienen een gelijk speelveld. Een perswinkelier investeert in zijn zaak, betaalt belastingen en volgt de regelgeving. Het is niet eerlijk dat hij moet concurreren met iemand die die verplichtingen volledig naast zich neerlegt. Retailers verliezen klanten aan de straat en aan andere illegale verkoopkanalen. Daar is bovendien ook geen leeftijdscontrole en geen enkele vorm van consumentenbescherming. Daarom moeten we ervoor zorgen dat retailers hun rol kunnen blijven spelen in een gecontroleerde markt. Zij zijn niet het probleem, maar een belangrijk onderdeel van de oplossing.”
Wat merken retailers als eerste wanneer illegale handel groeit?
“Retailers zijn vaak het eerste alarmsysteem. Zij spreken dagelijks met consumenten en zien veranderingen in aankoopgedrag vaak lang voordat ze in officiële statistieken verschijnen. Dat kan gaan over klanten die vragen naar goedkopere alternatieven, aanbiedingen tegen onrealistisch lage prijzen of flyers en advertenties voor verdachte producten. Die praktijkkennis is bijzonder waardevol. Beleidsmakers zouden veel meer moeten luisteren naar wat retailers dagelijks op het terrein vaststellen.”
Is er ook een link met de bescherming van jongeren?
“Zeker. Elke reguliere perswinkeluitbater moet de regels rond leeftijdscontrole respecteren. Bij illegale verkoopkanalen ontbreekt die bescherming volledig. Wanneer een jongere op straat, via sociale media of via een illegaal netwerk een product kan kopen, is er geen garantie dat de leeftijd wordt gecontroleerd. In de legale markt bestaan controles en systemen om die verantwoordelijkheid op te nemen.
Het bestrijden van illegale handel is daarom ook een manier om jongeren beter te beschermen. Als we jongeren beter willen beschermen, moeten we ervoor zorgen dat de producten die bestemd zijn voor volwassen consumenten via gecontroleerde kanalen worden verkocht.”
Zijn er volgens u alternatieven voor de manier waarop België vandaag met deze markt omgaat?
“Er zijn in Europa verschillende modellen. In landen zoals Italië en Griekenland bestaan meer gespecialiseerde kanalen en systemen om de verkoop van gereguleerde producten te organiseren en te controleren. Ook in andere landen wordt sterk ingezet op controle van verkoopkanalen en leeftijd. Het belangrijkste is dat we zoeken naar een model dat in de praktijk werkt. We kunnen niet alleen kijken naar wat op papier goed klinkt. We moeten ook kijken naar wat er daadwerkelijk op straat gebeurt.”
Wat kunnen de legale sector en retailers zelf doen?
“Iedereen heeft een rol. PMI deelt onder meer kennis, creëert bewustwording en spreekt met retailers en andere stakeholders. Maar wij kunnen dit probleem niet alleen oplossen. Retailers worden rechtstreeks met de gevolgen geconfronteerd. Daarom moeten zij hun ervaringen delen en zich laten horen wanneer illegale handel hun markt onder druk zet.
Mijn boodschap aan retailers is: laat duidelijk horen dat dit genoeg is. Verenig je als sector en maak zichtbaar wat illegale handel betekent voor jullie ondernemingen en voor de consument. Retailers zijn niet alleen uitvoerders van regelgeving. Ze zijn ook belangrijke waarnemers van wat er in de markt gebeurt.”
België heeft de ambitie om tegen 2040 naar een rookvrije generatie te evolueren. Is dat volgens u haalbaar?
“Op papier kan je die doelstelling onderschrijven. Maar in de realiteit wordt ze moeilijker als de illegale markt blijft groeien. Als consumenten hun aankoop niet langer via de legale markt doen, verdwijnt het gebruik niet noodzakelijk. Het kan verschuiven naar een illegale markt waar geen controle, geen leeftijdscontrole en geen regulering bestaat. Als we de doelstellingen rond rookpreventie en volksgezondheid ernstig nemen, moeten we dus ook de illegale markt aanpakken.”
Kan België het tij nog keren?
“Ja. Dat is het goede nieuws. We kunnen nog veranderen wat er vandaag gebeurt. Maar het moet een prioriteit worden. België heeft al zwaar te kampen met illegale fabrieken, distributienetwerken en verkoopkanalen. Hoe langer we wachten, hoe moeilijker het wordt om die markt terug te dringen. Er is politieke wil nodig, maar ook samenwerking tussen overheid, politie, justitie, de legale industrie en retailers. Niemand kan dit alleen oplossen.
Maar het bestrijden van de illegale handel alleen, zal ons niet naar een rookvrije samenleving leiden. Daarvoor moeten we ook sterker inzetten op rookstophulp én op pragmatische, wetenschappelijk onderbouwde oplossingen die volwassen rokers helpen om de sigaret definitief achterwege te laten. De realiteit is dat niet elke roker van vandaag op morgen volledig met nicotine stopt. Voor de rokers die anders zouden blijven roken, kan toegang tot wetenschappelijk onderbouwde rookvrije alternatieven daarom een belangrijk onderdeel van de oplossing zijn.
Daarom dat de Belgische regelgeving doelgericht en doeltreffend moet zijn, en moet vertrekken vanuit de realiteit van consument. Maatregelen zoals buitensporige accijnsverhogingen of onnodige restricties op rookvrije producten, waaronder nicotinezakjes en verwarmde tabak, kunnen nefaste neveneffecten hebben. Wanneer legale producten minder betaalbaar, minder toegankelijk of minder aantrekkelijk worden, verdwijnt de vraag niet zomaar. Vaak verschuift die naar ongereguleerde of illegale kanalen. Als we het aantal rokers daadwerkelijk en sneller willen terugdringen, én de groei van de illegale markt willen tegengaan, zullen we een evenwicht moeten vinden tussen volksgezondheidsdoelstellingen en de realiteit van consumentengedrag.”
Welke boodschap heeft u tot slot voor de Belgische perswinkelier?
“Illegale handel is geen probleem voor morgen. Het is een probleem van vandaag. Retailers zien de impact vaak als eerste. Zij verliezen klanten aan illegale kanalen, terwijl ze zelf aan steeds meer regels moeten voldoen. Zij verdienen zij een gelijk speelveld.
Consumenten verdienen toegang tot gecontroleerde producten die voldoen aan de geldende wet- en regelgeving. Jongeren verdienen bescherming tegen verkoop zonder leeftijdscontrole. Overheden verdienen belastinginkomsten en beleid dat werkt. En retailers verdienen eerlijke concurrentie.
Mijn boodschap is eenvoudig: luister naar de realiteit. Het gaat niet om ideologie, maar om feiten en cijfers. We kunnen het tij nog keren, maar iedereen moet zijn verantwoordelijkheid nemen. Uiteindelijk verdient iedereen beter dan wat we vandaag zien.”