In gesprek: Vlaams minister van Media, Benjamin Dalle

Met zijn 37 jaar is Benjamin Dalle de jongste minister in de huidige Vlaamse regering. Als Vlaams minister van Media was hij één van de pleitbezorgers voor de opening van krantenwinkels tijdens de lockdown. Krantenwinkels vervullen namelijk naast het verspreiden van pers ook een belangrijke sociale functie, en dat moet volgens Benjamin Dalle ook in de toekomst zo blijven. “Aangezien we veel digitaal werken en op het kabinet een abonnement hebben op de meeste kranten, kom ik niet elke dag in de krantenwinkel. Al passeer ik er wel geregeld om een krant of tijdschrift te kopen, dat ik anders niet lees of koop”, zegt Dalle.  

Hoe ziet u de rol van de media in deze toch wel vreemde tijden? 

Benjamin Dalle: “De media speelt altijd een belangrijke rol, maar ik ben blij dat de Veiligheidsraad dat ook mee ondersteunt. Kwaliteitsvolle journalistiek is nog altijd bepalend. Mensen moeten kunnen vertrouwen op goede en kritische informatie, die hen juist inlicht. Daar spelen de klassieke media echt een bepalende rol in. Dat is die eerste belangrijke rol van de media: de informerende rol. Daarnaast zitten veel mensen momenteel thuis, en dan is ook ontspanning en entertainment belangrijk. Tot slot zie ik ook opvoeding en opleiding momenteel als een essentiële taak voor onze media.” 

Is het correct om te stellen dat mensen in tijden van crisis naar informatie en communicatie snakken? 

Benjamin Dalle: “Als je alleen kijkt naar de televisieomroepen, dan spreken de cijfers al voor zich. Het Journaal om 19u op één haalt meer dan 1,5 miljoen kijkers, terwijl dat normaal gezien 1 miljoen is. Je merkt ook dat de online sites een groot bereik halen. De abonnementen bij papieren kranten lopen uiteraard door. Ik vermoed dat ook een heel aantal nieuwe mensen een abonnement nemen. En op een moment dat het advies is om zoveel mogelijk thuis te blijven, denk ik ook dat er nog relatief veel mensen naar de krantenwinkel gaan. Er zijn natuurlijk mensen die dat contact vermijden. Mensen doen alleen het levensnoodzakelijke en toch stel je vast dat er nog veel mensen een papieren krant gaan kopen. Bovendien hebben ze er nog een oprecht contact met die zelfstandige die de mensen in de buurt goed kent. Ik denk dat laatste, door het weinige contact dat ze kunnen hebben, toch ook geapprecieerd wordt.” 

Is er nog een toekomst voor de papieren kranten en tijdschriften? 

Benjamin Dalle: “Ik denk niet dat de papieren versies snel gaan verdwijnen. Tot en met mijn generatie is men toch nog vertrouwd met de papieren kranten, al is dat bij jongere mensen iets minder het geval. Ik denk wel dat het zal evolueren. Je merkt dat heel veel mensen opteren voor hybride formules, waarbij je tijdens de gewone werkweek heel weinig tijd hebt om een papieren krant te lezen. Die mensen lezen dus in de week digitaal en in het weekend op papier. Mensen grijpen, als ze wat meer tijd hebben, toch nog graag terug naar papier. Ik ben er dus wel van overtuigd dat ook papier een belangrijke rol zal blijven spelen.” 

De dagbladhandelaar mag open blijven tijdens de coronalockdown. Vervullen zij ook voor u een essentiële rol? 

Benjamin Dalle: “Ik heb er mee voor geijverd om te laten zeggen dat niet alleen de media essentieel zijn, maar ook de verkoop via de krantenwinkels. Mensen moeten toegang hebben tot voedsel, dat is evident, maar ook juiste informatie is levensnoodzakelijk. Heel wat mensen zijn digitaal goed geconnecteerd of hebben een abonnement, maar er zijn ook veel mensen die via de krantenwinkel bijna dagelijks een dag- of weekblad aanschaffen. Ze hebben op die manier bovendien ook nog sociaal contact met de handelaar in hun buurt.”  

Toch heerst er heel wat frustratie, omdat de krantenwinkels wel moeten open blijven voor de verspreiding van media, maar anderzijds de uitgeverijen volop promotie maken voor abonnementen. 

Benjamin Dalle: “Ik denk dat het ene het andere niet uitsluit. Integendeel, mensen die een krantenabonnement hebben, zijn mensen die goed geïnformeerd willen zijn. Die kunnen de weg naar de krantenwinkel nog wel vinden om misschien eens een andere krant of een tijdschrift te kopen. Dat krantenuitgevers vandaag proberen om abonnementen te verkopen, dat lijkt me logisch. Maar stel je voor dat we de krantenwinkels verplicht hadden gesloten, dan zou dat nog veel meer het geval geweest zijn.” 

Daarnaast is er de federale ondersteuning van bpost voor de verdeling van krantenabonnementen, terwijl de krantenwinkel moet betalen voor de levering. Hoe staat u daartegenover, want dat lijkt op oneerlijke concurrentie? 

Benjamin Dalle: “Het is niet correct om het voor te stellen als een subsidie, want het betreft een overheidsopdracht waarbij bpost middelen krijgt om ook die openbare dienst op te nemen. De uitgevers moeten ook nog wel een stuk betalen, dus het is niet volledig gratis. Dit is nu met twee jaar verlengd op federaal niveau. Ik begrijp dat daar heel veel discussie en zorgen over zijn. Ik denk ook dat die vorm van ondersteuning van bpost in de toekomst zal evolueren, omdat het mediagebruik wijzigt. Die hybride formules met een digitaal abonnement in de week en een papieren krant in de week wordt sterker. Binnen 20 jaar zal die samenwerking met bpost dus een andere vorm hebben dan vandaag. Toch denk ik dat het voor een heel aantal mensen belangrijk is dat een krant thuis kan geleverd worden tegen een aannemelijke prijs. Maar ik begrijp ook dat de krantenwinkels dat als storend ervaren. Beiden moeten bekeken worden. We gaan de komende jaren moeten bespreken hoe dat gaat evolueren naar een manier die eerlijk is ten aanzien van de dagbladhandelaars, de uitgevers en de consument.”  

Op welke steun kunnen krantenwinkels momenteel rekenen? 

Benjamin Dalle: “In het beleid van de Vlaamse overheid is nabijheid belangrijk. Ten aanzien van krantenwinkels betekent dit dat we de waarde van die zelfstandige ondernemers, lokaal ingebed, dat we die zeker onderschrijven. Sommigen waren misschien liever verplicht gesloten geweest om de hinderpremie van 4.000 euro te krijgen. De Vlaamse regering heeft wel een maatregel genomen, waarin heel uitdrukkelijk de krantenwinkels opgenomen zijn, om een compensatiepremie van 3.000 euro te voorzien bij omzetverlies van 60 procent in de periode 14 maart tot 30 april. Ze zijn niet gesloten, omdat we hen zo belangrijk vinden.” 

Wat is de grote uitdaging volgens u voor de mediasector de komende jaren? 

Benjamin Dalle: “Je hebt het mediagebruik dat digitaliseert, maar ook de concurrentie die internationaler wordt. De grote uitdaging is hoe de Vlaamse mediaspelers zich kunnen versterken ten aanzien van die internationale concurrentie, en hoe wij ervoor kunnen zorgen dat de Vlaming en de Brusselaar toegang hebben tot een interessant lokaal aanbod in het Nederlands. Daarbij is die nabijheid belangrijk, met lokaal en herkenbaar nieuws. En ook een verspreiding via winkels die lokaal zijn ingebed, zoals dagbladwinkels.” 

Hoe ziet u die rol van de krantenwinkel in die moderne maatschappij? 

Benjamin Dalle: “Je hebt natuurlijk puur het aspect van het verdelen van kranten en week- en maandbladen. Misschien nog crucialer dan dat is het feit dat die krantenwinkels ingebed zijn in de buurt en dat die mensen vaak heel de buurt kennen. Dat sociaal contact dat je vroeger nog op andere manieren kon hebben, dat heb je nog steeds in de krantenwinkel. Vaak komt daar ook heel de buurt samen. Het zijn vaak ook de mensen die het beste weten wat er gaande is, die van alles op de hoogte zijn en waar je nog iets verneemt. In elk geval willen we met de huidige maatregelen, zoals compensatie en open blijven, aangeven dat zij een belangrijke rol en toekomst hebben. Ze gaan zichzelf misschien wat moeten heruitvinden, maar kijk naar de boekhandel die ook de stormen heeft doorstaan.” 

Tot slot, welke hoopgevende boodschap heeft u in deze tijd voor de krantenwinkel? 

Benjamin Dalle: “We beseffen vanuit de Vlaamse regering dat het een bijzonder moeilijke periode is, maar we willen hen ook een hart onder de riem steken. We vinden het echt belangrijk dat zij kunnen blijven werken, omwille van hun rol in de verspreiding van kwaliteitsvolle informatie en pers, maar ook omdat zij vanuit die nabijheid zo’n belangrijke sociale rol te vervullen hebben. We wensen alle dagbladhandelaars daarom veel goede moed om samen met ons door deze moeilijke periode te raken.”