In Gesprek: Magali Clavie, voorzitster van de Kansspelcommissie

Na meer dan 20 jaar wisselde de Kansspelcommissie in volle coronacrisis van voorzitter. Na een succesvolle carrière als magistraat bij de Hoge Raad van Justitie vervangt Magali Clavie voormalig voorzitter Etienne Marique, die al sinds 1999 aan het roer stond van de commissie. 

Wat kan u ons vertellen over uw professionele carrière voor u benoemd werd tot voorzitster van de kansspelcommissie? 

Magali Clavie: “Ik ben afgestudeerd als jurist aan de UCL in 1993. Daarna begon ik mijn loopbaan aan de balie en tegelijkertijd als assistent aan de UCL waar ik onderzoeks- en onderwijsactiviteiten uitoefende. Ik hield van de balie, zijn onafhankelijkheid en creativiteit, maar ik wist ook heel snel dat ik aan de andere kant wilde staan en rechter wilde worden. Dus ik deed het gerechtelijk beroepsbekwaamheid examen en solliciteerde zodra ik mocht, na 10 jaar balie. In deze nieuwe functie heb ik me verder kunnen ontwikkelen in mijn favoriete vakken: contracten- en aansprakelijkheidsrecht. 

In 2007 werd de strafuitvoeringsrechtbank opgericht, en hoewel ik absoluut geen kennis had van de gevangenisomgeving en onbekend was met het strafrecht, vond ik het een buitengewone kans om me op een ander terrein te wagen en mijn horizon te verruimen. 

Na een eerste periode, die meer aan juridische techniek was gewijd, leidde mijn benoeming tot voorzitter van de Franstalige strafuitvoeringsrechtbank van Brussel en de negen jaar die ik daar doorbracht, me meer naar het sociale aspect van het recht en ontdekte ik de mensen in al hun ellende, kwetsbaarheid maar ook rijkdom. Deze ervaring in een compleet nieuwe rechtbank gaf me de kans om te innoveren en nieuwe praktijken te ontwikkelen. Deze ervaring was ongetwijfeld een belangrijk keerpunt in mijn professioneel leven en brak het lineaire beeld dat ik had over een carrière in de rechterlijke macht. 

In 2012 waren het mijn lieve collega’s die mij ertoe aangezet hebben om me kandidaat te stellen voor het lidmaatschap bij de Hoge Raad van Justitie. De Hoge Raad van Justitie (hierna JRJ) is een onafhankelijke instelling die helpt de Belgische justitie beter te laten functioneren. De HRJ speelt een beslissende rol in de selectie en benoeming van magistraten, door externe controle via audits, bijzondere onderzoeken, klachtenbehandeling en advies uit te brengen. 

In 2016 werd ik opnieuw herkozen en dit keer werd als voorzitter van de verenigde advies- en onderzoekscommissie. Ik heb deze functie bekleed tot 1 april 2020, toen ik mijn functie als voorzitter van de Kansspelcommissie opnam. 

Tijdens mijn jaren bij de HRJ ben ik van het operationele naar het strategische gegaan, van het individuele naar het collectieve, van de besluitvorming naar het conceptuele. Ik heb verschillende projecten kunnen ontwikkelen, zowel op Belgisch als op internationaal niveau. Ik probeerde dit te doen door alle betrokken stakeholders te betrekken en door me te richten op wat mensen samenbrengt en vooruitbrengt in plaats van op wat hen verdeelt en onbeweeglijk houdt. Ik ben een fervent tegenstander van het opereren in een vacuüm en ik geloof dat geen enkele instelling in zijn ivoren toren kan leven. 

Daaruit haalde ik persoonlijke voldoening en plezier en ik wilde logischerwijs doorgaan in soortgelijke functies in plaats van terug te keren naar louter scheidsrechterlijke functies aan het einde van mijn mandaat bij de HRJ. Daarom heb ik mij kandidaat gesteld voor het voorzitterschap van de Kansspelcommissie, zelfs al was de sector van kansspelen voor mijn totaal onbekend terrein.” 

Wat zijn uw voornaamste prioriteiten tijdens uw legislatuur? 

Magali Clavie: “De strijd tegen de illegale sector en de verdere bescherming van de spelers.  

De illegale sector is volgens mij een echte plaag. Het principe is eenvoudig in België: het is voor iedereen verboden om een kansspel in welke vorm dan ook, op welke plaats en op welke manier dan ook te exploiteren zonder een door de Kansspelcommissie verleende vergunning. 

Dit terwijl er illegale websites worden geëxploiteerd in de marge van de legale markt die door de KSC wordt gereguleerd. Ze bieden geen bescherming aan de spelers: leeftijdsgrenzen worden niet gerespecteer, bij problemen heeft de speler weinig opties omdat de operatoren meestal in het buitenland gevestigd zijn, er wordt geen verificatie met ons EPIS-systeem uitgevoerd, enzovoort. 

Voor de legale operatoren vormen zij bovendien een sterke en oneerlijke concurrentie die hen soms dwingt om zelf grenspraktijken toe te passen (verkapte bonussen bijvoorbeeld). Dit stoort mij des te meer omdat de geloofwaardigheid en de reputatie van de legale operatoren juist zou moeten afhangen van de naleving van de regelgeving. 

Daarnaast vormen illegale exploitanten ook een bedreiging voor het Belgische belastingstelsel. 

Om deze eindeloze Sisyphusstrijd verder te voeren, hebben we al een aantal maatregelen genomen: 

– Versterking en herstructurering van ons controleteam 

– Regelmatige updates van onze zwarte lijst met de illegale website 

– Het inzetten van extra politieagenten (verbindingsofficieren) voor de KSC 

– Het streven naar een betere samenwerking met het openbaar ministerie. 

Wat de bescherming van de spelers betreft zijn we momenteel bezig met een project dat zowel de legale operatoren als de hulpverleningssector en/of wetenschappelijke sectoren samenbrengt rond het thema van de bescherming van spelers, die duidelijk bedreigd worden door de illegale sector.” 

En hoe gaan jullie concreet deze illegale websites weren van de markt en de spelers sensibilseren? 

Magali Clavie: “Op dit moment, wanneer we kennis nemen van een site die kansspelen aanbiedt zonder een Belgische vergunning te hebben, voegen we de site toe aan de ‘zwarte lijst’  en stellen we de webproviders op de hoogte zodat de site kan worden geblokkeerd. 

Gewetenloze exploitanten gebruiken echter veel creativiteit om dit verbod te omzeilen. Om dit te bestrijden is volgens mij een betere samenwerking met het openbaar ministerie nodig, aangezien strafrechtelijke sancties soms de enige effectieve manier zijn om het probleem aan te pakken. 

Ook de spelers moeten beter op de hoogte te zijn van het verschil tussen de legale en illegaal sector en het gevaar van deze laatste. De kansspelcommissie zal voorstellen doen om het aanbod via legale websites te in de kijker te zetten zodat het voor spelers duidelijk is welke websites legaal zijn en ook welke niet. We bekijken de mogelijkheid om hierrond een preventiecampagne te organiseren. De spelers moeten bewust gemaakt worden van het feit dat wij ze enkel kunnen beschermen als ze spelen op legale kansspelwebsites. Deze bescherming valt volledig weg bij illegale varianten.” 

We ijveren om te verplichten dat een online spelersaccount gekoppeld wordt aan een fysieke dagbladhandel in België (met een Multichannel-type pay). 
Indien een account dan niet gekoppeld is aan een fysiek winkel, kunnen we er van uit gaan dat deze niet goedgekeurd wordt door de commissie. Wat vindt u van dit idee?  

Magali Clavie: “Dit is nu reeds het geval. Aanvullende vergunningen kunnen alleen worden verkregen door houders van een vergunning voor de landbased exploitatie van een casino, een speelhal of weddenschappen. Men kan enkel een online vergunning bij de kansspelcommissie bekomen, indien de aanvrager eveneens vergunninghouder is van een reële kansspelinrichting. Het is een systeem van “aanvullende” vergunning zodat wij een dubbele garantie hebben om bij inbreuken de reële vergunninghouder ook te kunnen aanspreken.  

Dagbladhandelaars zijn momenteel dus niet betrokken bij de exploitatie van de aanvullende licenties. Ik ben niet overtuigt dat zo een systeem een enkele toegevoegde waarde voor de bescherming van de spelers of de bestrijding van het illegale systeem zou bijdragen. In ieder geval heeft het dwingen van spelers om een rekening te openen in een boekhandel heeft geen wettelijke basis.” 

Meer en meer worden we geconfronteerd met ‘pseudo-krantenwinkels’ die een F2 licentie aanvragen. Als oplossing hebben we reeds meermaals geopteerd om de definitie van een ‘krantenwinkel’ aan te passen en duidelijk te omlijnen. Deze definitie werd reeds goedgekeurd door de FOD Economie en is reeds meermaals aangepast naar de moderne normen, maar wordt jammer genoeg door bepaalde operatoren geblokkeerd alsook door de Kansspelcommissie in het parlement. Ons lijkt dit uit vrees voor de impact die de definitie zou kunnen hebben op her en der geplaatste terminals voor sportweddenschappen. Heeft u de intentie om de federaties die voor een gepaste definitie ijveren aan te horen en mee te werken aan een gepaste oplossing voor deze probleemstelling? 

Magali Clavie: “Wij zijn ons goed bewust van dit probleem en zullen er ook in de toekomst voor ijveren om het begrip ‘dagbladhandel’ verder uit te diepen, bij voorkeur in samenwerking met de betrokken partijen. Dit gezegd zijnde, zien we geen toename meer van het aantal vergunningen voor dagbladhandelaars. In 2019 werden 1774 vergunningen toegekend in vergelijking van 2209 in 2015. 

Het probleem is dat noch de wet noch een koninklijk besluit de voorwaarden bepaalt waaraan een handelzaak moet voldoen om in aanmerking te komen als een dagbladhandel met een vergunning voor het aanbieden van weddenschappen. 

De KSC heeft hiertoe reeds zelf via informatieve nota het begrip trachten te definiëren door zich te laten inspireren door de criteria van de wet van 10 november 2006 die van oordeel zijn dat alle genoemde producten (kranten, tabak, telefoonkaarten en producten van de Nationale Loterij) moeten worden aangeboden om als een echte boekhandel te worden beschouwd.  

Helaas werd deze definitie door de Raad van State in 2019 vernietigd. De Kansspelcommissie is inderdaad niet bevoegd om de wet te interpreteren, die bevoegdheid komt toe aan de regelgever.  

De KSC die noch de wetgever noch de regelgever is heeft te maken met de huidige stand van de wet of een KB en kan deze niet zelf aanvullen. Ze besliste na het arrest van de Raad van State om volgende regel te hanteren in afwachten van meer wettelijke of reglementaire informatie. 

Voor de nieuwe vragen van vergunning als ze geen twijfel heeft, kent de KSC dan de vergunning toe. Indien twijfel zal ze bijvoorbeeld foto’s opvragen om te kunnen inschatten of de aanneming van weddenschappen wel een nevenactiviteit is. Indien twijfel blijft bestaan is het huidige beleid de dossiers te blokkeren in afwachting van verdere duidelijkheid in de wet of in een KB. 

Voor KSC is het vanuit controleoogpunt vooral van belang dat een mogelijke definitie praktisch werkbaar moet zijn wat misschien niet echt het geval is voor een definitie waarbij er over vierkante meter winkelrekken wordt gepraat. 

De misbruiken die in sommige “valse dagbladhandels” of tankstations worden waargenomen, komen vaak voort uit het feit dat daar alcoholische dranken worden geconsumeerd, ook al stelt de kansspelwet duidelijk dat een dagbladhandel geen plaats is waar alcoholische dranken worden verkocht voor consumptie op het terrein. 

Dit is een punt dat onder de aandacht van de commissie moet worden gebracht tijdens haar controles en met de volledige medewerking van de dagbladhandelaars.” 

Wij zijn alvast blij dat u deze problematiek met opgestroopte mouwen wil aanpakken, en bieden dan ook graag onze expertise en hulp aan waar u die kan gebruiken. Alle geluk gewenst tijdens uw loopbaan bij de kansspelcommissie!